Skip to main content
10-10-2019

Impressie Diner Pensant Arbeidsmarktbeleid

Op 10 oktober 2019 vond de eerste brede bestuurlijke bijeenkomst van de in mei opgerichte stichting Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW) plaats. Rinda den Besten, voorzitter van ZPW en tevens voorzitter van de PO-Raad, opende het diner pensant bij Eetvilla Van den Brink te Soest. Ongeveer dertig bestuurders uit de onderwijssectoren en decentrale overheden uit het hele land gingen, verdeeld over vijf tafels, met elkaar in gesprek. Tegelijkertijd maakten zij op informele wijze kennis met ZPW. Thema van de avond was de tussenrapportage van de Commissie Regulering van Werk.

Hans Borstlap, voorzitter van de Commissie Regulering van Werk, Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad en Eddy van Hijum, bestuurslid van de ZPW en Gedeputeerde bij de provincie Overijssel, waren de inleiders die de discussies, verdeeld over drie rondes, op gang brachten. De hoofdpunten uit de discussies aan de vijf tafels werden aan het einde van de bijeenkomst plenair gedeeld.  

Aanpak Commissie Regulering van Werk

Hans Borstlap sprak over de aanpak en denkrichting van de Commissie Regulering van Werk. Het kabinet heeft deze commissie ingesteld en gevraagd om advies te geven over de veranderingen op de arbeidsmarkt en de mogelijke gevolgen voor de regelgeving. Het advies is naar verwachting eind januari gereed. Parallel daarmee verschijnt een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) over de waarde van werk. Op de tussenrapportage en de oproep van de commissie om hier op te reageren, heeft de commissie veel reacties ontvangen. Dat maakt dat nieuwe inzichten en ideeën zijn ontstaan. 

Nieuw universeel fundament

Hans Borstlap beschrijft in zijn betoog de gevolgen van de enorme toename van flexwerkers naar 40%. Hieronder valt o.a. ZZP, inhuur, uitzend en payroll. Hij merkt op dat het inzetten van flexwerkers op zich niet slecht is. Doorgeslagen flexibele inzet levert echter problemen op. Als neveneffecten van het werken met ZZP’ers constateerde de Commissie toenemende risico’s voor de economische ontwikkeling door gebrek aan investering in de ontwikkeling van de ZZP’ers, een toename van sociale problematiek zoals onzekerheid, armoede en hoge gezondheidsrisico’s en afkalving van het draagvlak voor uitgaven voor collectieve voorzieningen. Als oplossingsrichting denkt de commissie aan het scheppen van een nieuw universeel fundament om te zorgen voor permanente en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en verzekering tegen maatschappelijke risico’s. Borstlap vroeg om een reactie op de werkwijze van de Commissie die eerst overeenstemming wil over de probleemanalyse en uitgangspunten alvorens een beleidsrichting te kiezen. Ook vroeg hij of het geschetste beeld werd herkend en welke verantwoordelijkheden je als publieke werkgever zou kunnen nemen om daarop te sturen. 

Publiek werkgeverschap

In de tweede inleiding onderstreepte Ton Heerts het belang van de oprichting van de ZPW. De ZPW kan zich vanuit publiek werkgeverschap sterk profileren op publieke waarden. ‘Dat kan niet alleen, maar moet ook in bestaande gremia’, aldus Heerts. Het gezag voor publiek werk is dalende en dat is een grote zorg. Wat kunnen we als publieke werkgevers doen voor potentiële werknemers die in de bijstand zitten en waarvan driekwart geen startkwalificatie heeft? Via cao’s zijn de scholing en ontwikkeling van werknemers geregeld om veranderingen van werk op te kunnen vangen. Moeten we zorgen dat mensen die onderweg uit het onderwijssysteem of uit het arbeidsproces vallen, niet verpieteren en zo ja, op welke wijze doen we dat dan? Hij roept op om het onderwijs te innoveren en verbreden naar deze opgave.

Over de stijgende groep ZZP‘ers die niet bijdraagt aan de collectieve voorzieningen en ook geen scholingsverplichting heeft, vroeg hij zich af waarom we als publieke werkgevers zo graag gebruik maken van deze tijdelijke werknemers? Zijn de kostbare bovenwettelijke aanvullingen in cao’s, op het salaris, voor ons een probleem? En kunnen we het zelf oplossen of moet het kabinet met regels komen?”, zo hield Heerts de gesprekstafels voor. Dat leidde tot genoeg stof voor een levendige discussie.

Balans sociale zekerheid

Eddy van Hijum begon de derde inleiding met de opmerking dat veel op het bord van de werkgever wordt gelegd. Daarbij stelde hij de vraag of niet-beïnvloedbare factoren en risico’s wel op het bordje van de werkgever horen? Zoals ontslag, ziekte en verlof (o.a. voor calamiteiten, zorgvraagstukken en ouderschap). Hij prikkelde de zaal met de vervolgvraag of, aansluitend op de maatschappelijke ontwikkelingen, sociale zekerheid voor een bredere groep moet worden geregeld dan voor de traditionele werknemers. Kan je de sociale risico’s ontkoppelen van het werknemerschap door een algemene ziekteverzekering voor zorgverlof, zwangerschapsverlof en dergelijke te ontwerpen? En kun je als zelfstandige publieke werkgever flexibiliteit bieden binnen de arbeidsovereenkomsten voor verlof, tijd- en plaats-onafhankelijk werken en scholing? Daarmee gevoed kon men aan de tafels aan de slag met de vraag wat beheersbare risico’s zijn voor publieke werkgevers.

Stof tot nadenken

Na de laatste discussieronde werden de hoofdpunten van de gesprekstafels gedeeld. Borstlap kreeg waardering voor de poging om commitment te krijgen over gezamenlijke uitgangspunten. Dat werk belangrijk is om te kunnen participeren aan de samenleving en maatschappij werd breed gedeeld. Ook vond men dat depolitisering van de probleemanalyse bijdraagt aan de besluitvorming. Wel werd geconcludeerd dat niet alle politieke verschillen zo kunnen worden weggenomen. Zo werd de analyse dat grootschalige inzet van flexibele tijdelijke arbeidskrachten de tweedeling en polarisatie in de samenleving versterkt, niet door iedereen herkend. Als voorbeeld werd de zorg benoemd, waar een groot tekort aan personeel is en ZZP-ers veelal alleen op voor hen passende momenten willen werken. Dit betekent dat zij niet altijd bereid zijn om ’s avonds en in het weekend te werken, hetgeen een extra belasting kan betekenen voor het vaste personeel. Er was overeenstemming dat zelfstandige publieke werkgevers kunnen sturen op het aanbieden van meer of minder vaste contracten. 

De rol als publieke werkgever moet helder zijn; betaald uit publieke middelen, dient publieke doelen. De overheid kan als grote werkgever een betekenisvolle rol pakken als regulerend, voorbeeldstellend, organiserend en uitvoerend orgaan. Aan de tafels werden veel voorbeelden besproken uit de praktijk. Zoals over vorm en aanpak van het stimuleren en faciliteren van persoonlijke ontwikkeling van medewerkers om te zorgen voor duurzame inzetbaarheid. De vraag daarop of faciliteiten voor werknemers verbreed moeten worden voor medewerkers buiten de eigen organisatie, bracht nieuwe gesprekken op gang. Zo ook de vraag: hoe ver strekt de verantwoordelijkheid van de werkgever om medewerkers te faciliteren? En wat is de logica van de Nederlandse cultuur? Is het regelen van zaken zoals verlof, deeltijd werken, zwangerschapsverlof en kinderopvang geen collectieve opgave en sluit dat wel aan bij de ontwikkelingen in de samenleving?

Veel stof tot nadenken over een nieuw universeel collectief fundament. Al met al leidde de avond vol inhoudelijke discussies en een heerlijk diner, tot genuanceerde steun voor de aanpak van de Commissie. Het bestuur van de ZPW komt op 18 december bijeen om de vervolgstappen te bepalen. Rinda sloot de avond af met een dankwoord voor het enthousiasme en de inspirerende bijdragen aan de discussie.